Het schildert

Wie tekenleraar Jan van der Baan door de Dalton-HBS zag schuifelen, dacht niet aan De Ploeg. Daar liep een vriendelijke man. Gewoon een rustig en integer mens. Een docent die nooit van boven naar beneden was, maar minzaam en aanspreekbaar.

De leraar was eigenlijk een kunstenaar. Die reflex kreeg ik pas jaren later. Toen herkende ik de essentie van zijn werk. Toen zag ik wat tekenleraar Van der Baan mij had geleerd: dat je pas iets ziet als je goed kijkt.

Wie goed kijkt, herkent de vakman Jan van der Baan in al zijn werk. Dat heeft uitzonderlijke kwaliteit; technisch en qua uitstraling. Zij schilderijen, tekeningen en zeefdrukken maken – net als hijzelf – een open en plezierige indruk.

Jan van der Baan was een super-Groninger. Dat zat in zijn karakter. Hij nam genoegen met de rol die hem toeviel, die van een onderbelichte ‘Ploeger’. Hij was ook niet gericht op de verkoop van zijn werk. Veel lievernam hij iets leuks voor je mee. Zomaar, omdat hij wist dat je het mooi vond.

Hij is een zuivere adept van De Ploeg. Jan van der Baan heeft deze kunststroming niet uitgevonden, maar heeft doorgezet. Een onopvallende tekenleraar die, eenmaal voor het doek gezeten, als vanzelf in een groot kunstenaar veranderde.

Dan ging het vanzelf. ‘Het schildert’, zei hij dan.

(Voorwoord van Jacq. Wallage uit het boek ‘Het schildert: Leven en werk van Jan Lucas van der Baan’ door Hein Bekenkamp en Annemarie Timmer, uitgegeven in 2002 in opdracht van de Erven J.L. van der Baan door Boekhandel Edzes en Koninklijke Van Gorcum.)